Bladwijzer & Delen

Zilveren Kracht startpunt van bloeiende loopbaan als vrijwilliger

Eva Hupkes (60) speelde al een tijdje met het idee om vrijwilliger te worden, toen er een brief van Zilveren Kracht Arnhem bij haar in de bus viel. Een uitnodiging om deel te nemen aan een informatieve middag over vrijwilligerswerk. “Die mooie gedachte en de brief kruisten elkaar. Alsof het zo moest zijn. Ik heb toen een leuke middag gehad. Vooral de thematiek vond ik interessant.”

Geen werving, maar inspiratie
De bijeenkomst was, anders dan Eva verwacht had, geen middag om nieuwe vrijwilligers binnen te halen. “Het was helemaal niet – zoals sommige aanwezigen wel dachten – een brief met het idee: jullie zijn zestigers en jullie kunnen mooi onze nieuwe vrijwilligers worden. Het was echt een middag om inspiratie op te doen. Als je vrijwilliger wilt worden, wat zijn dan de mogelijkheden en hoe pak je het aan? Dat vond ik fijn.” De middag gold voor Eva naar eigen zeggen als het startpunt van een bloeiende loopbaan in het vrijwilligerswerk. “We werden in groepjes ingedeeld en moesten onze ideeën over vrijwilligerswerk opschrijven. Dat soort dingen moet je eigenlijk niet aan mij vragen want dan houd ik niet meer op. Toen ik vertelde dat ik graag biografieën van ouderen of mensen die ernstig ziek zijn wilde schrijven, werd ik zowat besprongen. Stichting Welzijn Ouderen Arnhem (SWOA) heeft mij toen actief benaderd om mee te doen aan het project Levensboeken.” Verzorgingshuizen zitten vol met ouderen die allemaal hun eigen verhaal te vertellen hebben, het project Levensboeken documenteert de levens van die ouderen.

Iets doen met eigen ervaring
Eva werkt nog twee dagen in de week in haar eigen bureau voor coaching en advies en houdt zich daarin veel bezig met loopbaanbegeleiding. “In mijn werk ben ik gestopt met ‘groots en meeslepend’. Mijn man werd ziek en ik heb toen een groot deel mantelzorg gedaan. Gelukkig zijn daar nu de scherpe kantjes vanaf, toen ben ik gaan denken aan vrijwilligerswerk.” Maar dan wel vrijwilligerswerk waar Eva haar eigen ervaring in kwijt kan. “Met het levensverhaal van iemand werk ik ook in mijn professionele werk. Als mensen in de knoop zitten vraag ik meestal naar hun verleden. Ik laat iemand terugkijken op zijn leven en vraag of het daar misschien al is misgegaan. Iets waar je nu last van hebt kan namelijk al veel eerder zijn ontstaan. Als je echt leuk vrijwilligerswerk doet, dan doe je iets aan het eind van je leven om je ervaring vrucht te laten dragen. Je geeft het als het ware weg, zonder daar iets heel softs of weeks mee te bedoelen.”

Het moet interessant zijn
Het belang van levensverhalen opschrijven is iets wat nog eens extra tot Hupkes doordrong bij het overlijden van haar broer. “De anderen zeiden toen: daar gaat ons geheugen. En ik heb er nog spijt van dat ik hem niet leeg gelepeld heb, hij wist werkelijk alles van onze familie. Nu leven er natuurlijk ook nog veel ouderen die de oorlog meegemaakt hebben, dat die verhalen gedocumenteerd worden vind ik belangrijk. Want dat heb ik wel heel erg hoor, dat het vrijwilligerswerk dat ik doe interessant moet zijn.” Eva gaat naast het schrijven van Levensboeken, ook mensen trainen in het schrijven van levensverhalen. “Je hebt vertellers en schrijvers en er zijn ontzettend veel vertellers. Het is dus zaak dat er schrijvers getraind worden. Trainen is ook iets wat ik in mijn professionele werk veel gedaan heb en nu in het vrijwilligerswerk weer ga doen. Dat is in ieder geval een vrucht vanuit Zilveren Kracht.”

Ik ben geen man die thuis op de bank kan zitten

Geen nobel streven noch lust naar eer of erkenning waren voor Joris Buter (63) reden om vrijwilliger te worden. Slechts de drang om weer aan het werk te zijn en de behoefte aan menselijk contact deden hem beslissen vrijwilliger te worden. Hij heeft drie functies, waarvan zijn werk als Taalmaatje hem na aan het hart ligt.


Een baan zat er voor mij niet meer in
“Als ik dan toch in de bijstand zit, kan ik maar beter op deze manier nog iets nuttigs doen”, was wat Buter in 2008 dacht toen hij bij de Vrijwilligersinzet Arnhem aanklopte. Zijn casemanager van Sociale Zaken had het hem in eerste instantie afgeraden. “Waarom is me nog steeds een raadsel. Ik had driehonderd sollicitatiebrieven verstuurd, slechts op een handjevol heb ik een reactie gekregen. Een baan zat er voor mij gewoon niet meer in.” Boos of verongelijkt hierover is Buter niet. “Natuurlijk was ik teleurgesteld, maar ik snap het wel. Ze gaan je op mijn leeftijd echt niet meer omscholen.” In 2003 verloor Buter zijn baan bij textielmachinefabriek Stork. Na eenendertig jaar in dienst moest hij wegens reorganisatie het bedrijf verlaten. “Ik heb een prachtige tijd gehad, ben de hele wereld over gereisd. Met de textielindustrie was het nu eenmaal een aflopende zaak.” Na zijn ontslag zette Buter zijn eigen bedrijf op in het bedrukken van banners en vlaggen. “Ik had de markt niet goed ingeschat. Achteraf gezien was het een domme keus om voor mezelf te beginnen, het is helemaal misgegaan”, zegt hij geenszins gewroegd.

Ik weet hoe het is om niets van een taal te begrijpen
Taalmaatje, voorheen was de titel inburgeringscoach, is de functie waar Buter nu zijn hart en ziel in steekt. “Het is zo fijn als ze slagen voor de inburgeringstest, om die blijdschap te zien en te weten dat ik daar dan een beetje aan mee heb geholpen. Ja, dat is ontzettend leuk. Ik doe ook echt mijn best om wat van hen te begrijpen. Mijn verre reizen voor Stork hebben daar erg aan meegeholpen. Ik weet hoe het is om ergens voor langere tijd te zijn en geen snars te begrijpen van wat de mensen zeggen. Als ik een nieuwe inburgeraar krijg, zoek ik dan ook altijd eerst van alles op over hun land van herkomst. Ik vind het leuk om daarover te praten, maar zij vinden het niet altijd leuk hoor. Ik heb eens een vrouw uit Sierra Leone gehad die was gevlucht voor de burgeroorlog. Natuurlijk snap ik dat iemand daar niet graag over praat.”

Niet iedereen is even gemotiveerd
Buter is een toegewijd vrijwilliger. In zijn oude bruinleren aktetas haalt hij een stapel papieren. Het zijn lijsten met Letse woorden. Frasen als ‘Hoe gaat het? en ‘Een fijne dag nog’ staan links met erachter de vertaling. “Ik heb nu een Letse vrouw en als ik haar dan ontmoet dan zeg ik ‘Sveiki Irina’. Dat vind ze prachtig. Irina is trouwens geen inburgeraar hoor, ze is Europese die hoeven geen verplichte cursus af te leggen, maar ze wilde graag wat hulp om de Nederlandse taal te leren. Ze is heel erg enthousiast en dat is fijn.” Helaas is niet iedereen altijd even gemotiveerd, een goede oplossing heeft Buter daar niet voor. “Ik probeer ze wel te motiveren, maar zulke problemen kan ik vaak niet oplossen. Het ligt ook vaak aan de thuissituatie, kinderen die verzorgd moeten worden, het huishouden dat voorrang vereist. Nederlands leren komt dan op de laatste plaats en je hebt natuurlijk ook mensen die überhaupt geen zin hebben om iets van onze taal en cultuur te weten.”

Voor Buter komt het leven zoals het is en zo ook de beren op de weg die hij tegenkomt in zijn werk als taalmaatje. “Ik doe het om de sociale contacten en die vind ik bij de mensen die ik begeleid. Het houd me bezig, ik ben geen man die thuis op de bank kan zitten. Daarom heb ik ook een hondje genomen om mee te wandelen.”, besluit Buter.